De ruit
De ruit heeft voor mij als vorm altijd al een grote aantrekkingskracht
gehad. In mijn grafische werk komt het dan ook regelmatig voor.
Waarschijnlijk heeft eenexpositie van Mondriaan in 1961 daar een sterke
invloed op gehad.
Het dwingende van de gekantelde vorm ervaar ik als aangenaam, omdat het
door de beschouwer als tegendraads wordt ervaren en hem dwingt om beter
te observeren.
In het huidige werk heeft het geleid tot de horizon als hoofdthema en
benadrukt tevens de loodrecht daarop staande lijnen. Bovendien wordt
door deze vorm het werk nog meer als autonoom ervaren. Er is geen
twijfel mogelijk: het laat een manier van kijken zien, terwijl een
normale rechthoek nog een venster op de werkelijkheid zou kunnen
suggereren.
Het licht
Zonder licht geen kleur. Deze waarheid krijgt pas echt betekenis wanneer
men van een onderwerp meerdere studies maakt, zoals de overbekende
kathedraal van Chartres door Degas of de tuin van Renoir.
Gebruikte Renoir nog verschillende jaargetijden om de verschillen in
licht te tonen, interessanter wordt het als het binnen een dag gebeurt,
zoals bij Dibbets, of zelfs binnen een uur.
Binnen de Nederlandse traditie zijn er vanzelfsprekend voorbeelden te
over, maar een belangrijk voorbeeld van dit verschijnsel is voor mij de
manier waarop J.H. Weissenbruch dat deed. Ik laat me graag opslorpen
door het kunstwerk. Als toeschouwer zowel als vervaardiger.
|
|
De graficus
Het werk is duidelijk ook van een graficus. Iemand die het liefst bij
het kijken een oog toeknijpt. Soms ook afwisselend, waardoor de plat
geworden werkelijkheid heen en weer schuift. Een graficus die
tweedimensionaal kijkt, de vorm tot plat vlak reduceert die de kleur
aanneemt van het aanwezige licht.
Die zich de discipline laat welgevallen van het zelf vastgestelde kader
en strikte voorwaarden hanteert om daar vervolgens de grenzen van te
verkennen, met voornamelijk horizontalen en vertikalen. Die perspectief
opheft of laat stuiten op lijnen die geen brandpunt hebben, en alleen
tolereert, indien de perspektief samenspant met de ruitvorm of een
confrontatie aangaat met het vlak. Zo plat mogelijk, zoals het een
graficus betaamt.
Ik houd ervan om alsmaar hetzelfde te onderzoeken en daar steeds werk
van te maken. De wisseling van atmosfeer en licht en de uitwerking op de
omgeving is daarbij genoeg. Verder vind ik het van groot belang om het
licht binnen het werk zodanig te vangen dat het de beschouwer bij het
werk betrekt, hem als het ware het werk inzuigt.
|